Standpunt KNMG stap in de goede richting! (8 september 2011)

De NVVE, Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde heeft met grote belangstelling kennis genomen van het standpunt van de KNMG met betrekking tot ‘De rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde’.

Het standpunt maakt artsen duidelijk dat binnen de kaders van de Euthanasiewet meer mogelijk is dan tot op heden door veel artsen werd gedacht, zoals bij beginnende dementie en bij mensen die hun leven voltooid vinden. Zo wordt gesteld dat alleen de persoon zelf kan bepalen dat zijn of haar leven voltooid is. Wil een arts echter ingaan op het verzoek van een persoon om levensbeëindiging bij een voltooid leven, dan moet er wel mede sprake zijn van een medische grondslag. Dit is een verbetering ten opzichte van het standpunt dat tot op heden door de artsenorganisatie werd aangehangen dat er sprake moest zijn van een medisch kwalificeerbare ziekte. Dit betekent dat mensen die lijden aan ouderdomskwalen zoals als sterke lichamelijke achteruitgang en voortschrijdende afhankelijkheid en hun leven daardoor als ondraaglijk en uitzichtloos beschouwen, wel degelijk voor levensbeëindiging door hun arts in aanmerking kunnen komen.

Wat betreft de verwijsplicht voor artsen die om hen moverende redenen geen euthanasie willen uitvoeren, veroorzaakt het standpunt enige verwarring. In de inleiding zegt A. Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter KNMG, dat tijdige verwijzing of het overdragen aan een andere arts geboden is. In de tekst van het standpunt wordt gesproken dat er een morele en professionele verantwoordelijkheid van de arts wordt verwacht om de patiënt tijdig hulp te verlenen bij het vinden van een arts. De NVVE houdt het graag bij het woord ‘geboden’.