WGBo
Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
In het Burgelijke Wetboek, boek 7, staat in afdeling 5 de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBo). Deze wet regelt in een aantal artikelen de rechten en plichten van patiënten en behandelaars. De wet heeft de bijnaam 'De Patiëntenwet'. De wet regelt bijvoorbeeld het recht op informatie over een behandeling of onderzoek, de geheimhoudingsplicht door de hulpverleners en het behandeldossier.
Artikel 450 handelt over de toestemmingsvereiste van patiënten voor iedere behandeling of onderzoek. Als een patiënt die toestemming niet geeft, mag de behandling of onderzoek geen doorgang vinden.
- Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de toestemming van de patiënt vereist.
- Indien het geval waarin een patiënt van 16 jaar en ouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden door de hulpverlener en een persoon bedoeld in de leden 2 en 3 van artikel 465, de kennelijke opvattingen van de patiënt, geuit in schriftelijke vorm toen deze tot bedoelde redelijke waardering nog in staat was en inhoudende een weigering van toestemming als bedoeld in lid 1, opgevolgd.
De hulpverlener kan hiervan afwijken indien hij daartoe gegronde redenen aanwezig acht.
Uit deze tekst blijkt dat een wilsbeschikking aangaande het weigeren van een behandeling, opgesteld ten tijde dat iemand wilsbekwaam was, blijft gelden indien hij wilsonbekwaam wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand in coma raakt of dement wordt. De NVVE heeft een standaard Behandelverbod, waarmee de drager kan aangeven welke behandelingen hij weigert. De standaard tekst biedt ook veel ruimte voor individuele wensen van de drager.
In artikel 446 van de WGBo wordt onder 'behandelingen' verstaan:
- Alle verrichtingen - het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen- die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en de bedoeling hebben hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand, te beoordelen, dan wel verloskundige bijstand te verlenen.
- Tot de behandelingen worden mede gerekend het in het kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt ....
In artikel 465 van de WGBo is geregeld wie er namens de patiënt mag optreden indien de patiënt hiertoe zelf niet meer in staat is. De NVVE noemt deze mensen 'gevolmachtigden'. Met een apart formulier de (volmachtverklaring) kan een ieder zo mensen benoemen waarvan hij denkt dat die zijn belangen goed zullen behartigen en beslissingen zal nemen in de lijn der gedachten van de persoon zelf.
Indien een meerderjarige patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, niet onder curatele staat of ten behoeve van hem niet het mentorschap is ingesteld, worden de verplichtingen die voor de hulpverleners uit deze afdeling jegens de patiënt voorvloeien, door de hulpverlener nagekomen jegens de persoon die daartoe schriftelijk door de patiënt is gemachtigd in zijn plaats op te treden. Ontbreekt zodanig persoon, of treedt deze niet op, dan worden de verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot of andere levensgezel van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, een kind, broer of zus van de patiënt ,tenzij deze persoon dat niet wenst.
Al eerste vertegenwoordiger van de patiënt geldt de curator of de mentor, dan de schriftelijk gevolmachtigde, dan de partner, dan een ouder, kind, broer of zus. Daar een curator en mentor in veel gevallen niet aanwezig zijn, is de schriftelijk gevolmachtigde een belangrijk persoon en komt deze voor eventuele familie.