Ga naar mijn NVVE

zorgvuldigheidseisen

De zorgvuldigheidseisen zoals die zijn vastgelegd in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, hoofdstuk II, artikel 2, punt 1, houden in dat de arts:

  1. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt,
  2. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt,
  3. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten,
  4. met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was,
  5. ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en
  6. de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.