'Angst voor misbruik grootste obstakel'

De angst voor misbruik is het grootste obstakel bij het schrappen van artikel 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Die angst is onterecht, want de wet biedt sowieso bescherming tegen misbruik, via de wetsartikelen tegen moord en het aanzetten tot zelfdoding.

'Angst voor misbruik grootste obstakel'

Met die constatering opende NVVE-directeur Petra de Jong in Eindhoven een nieuw debat in de campagne 'Hulp is geen misdaad'. Inzet van de debatten is om het ook voor niet-artsen mogelijk te maken hulp bij zelfdoding te geven. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden, waaronder het schrappen van het wetsartikel dat die hulp strafbaar stelt.

In een levendig debat bleek net als eerder in Groningen en op een symposium in Maarssen dat veel NVVE-leden twijfelen over schrappen. Petra de Jong wees er nog eens op dat in de buurlanden hulp bij zelfdoding niet strafbaar is, zonder aanwijzingen van misbruik. Maar ze constateerde ook dat het gaat om emoties, en dat het overwinnen daarvan wel eens een te grote opgave kan zijn.

Dat werd bevestigd in de discussie. “Er kunnen binnen een familie altijd dingen zijn die een rol spelen bij hulp bij zelfdoding”, meende iemand. “Bij veel geld is de verleiding om iemand naar zijn levenseinde te geleiden groot”, dacht een ander. Ook wees iemand op een overheidscampagne die is opgezet omdat ouderen zo vaak het slachtoffer zijn van financieel misbruik. “Zo mondig als wij hier zijn is lang niet iedereen.”

Volgens deze mensen kan beter worden ingezet op handhaving van de strafbaarheid, en het stellen van voorwaarden waaronder deze kan worden opgeheven. Ze werden daarin gesteund door Albert Heringa, die nog steeds wordt vervolgd omdat hij zijn moeder de medicijnen aanreikte waarmee ze een eind aan haar leven maakte. Heringa meent dat politiek gesproken het onder voorwaarden straffeloos geven van hulp bij zelfdoding het maximaal haalbare is. Dat 'mits' zou bijvoorbeeld kunnen inhouden dat de hulp onbaatzuchtig moet zijn, het handelen transparant en dat er een derde geconsulteerd moet worden.

Volgens een van de aanwezigen komt dat neer op een kopie van de Euthanasiewet. “Mensen gaan dan toch op zoek naar andere mogelijkheden, waarin ze het weer helemaal zelf in de hand nemen.” En dat onbaatzuchtig handelen brengt weer andere problemen, zo merkte een ander op. “Dan kan ik mijn partner niet helpen, want ik heb ook financieel voordeel bij zijn dood.” En met gevoel voor humor: "Soms zijn mensen hun partner zo zat dat het fijn is als hij er niet meer is. Dan is er sprake van emotioneel voordeel."

Velen vonden ook dat de NVVE moet vasthouden aan het schrappen van het wetsartikel.  “Je moet voor je principes gaan en niet vanuit pragmatisme afdingen op je boodschap.” Zoeken naar voorwaarden waaronder hulp bij zelfdoding wel kan leidt tot ‘toverformules’ die voer zijn voor discussie, meende ook iemand.

Daarna buitelden de suggesties over elkaar heen. De een wil het Zwitsers model, waarin hulp bij zelfdoding mag als de hulpgever er geen voordeel van heeft, de ander pleit voor het vastleggen van het verzoek om hulp bij een notaris. Weer een ander vindt een handgeschreven codicil ook wel voldoende. Er zouden daarnaast geschoolde hulpverleners moeten komen, die geen familie mogen zijn. En controle op de oprechtheid van het verzoek tot hulp bij zelfdoding. En of een nieuwe therapie of behandeling de doodswens niet wegneemt.

Voer voldoende voor de NVVE, die na nog één debat in Zwolle, een rode lijn zal proberen te ontdekken in de suggesties en tijdens een slotdebat in Rotterdam met conclusies wil komen.

Deel dit item: