Op 13 mei jl. heeft het gerechtshof te Arnhem Albert Heringa ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof oordeelde dat Albert zich weliswaar schuldig heeft gemaakt aan hulp bij zelfdoding (strafbaar onder artikel 294 lid 2 Wetboek van Strafrecht), maar dat dit feit onder deze omstandigheden niet strafbaar moet worden geacht.

Noot bij de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem in de zaak Heringa

De reden: Albert Heringa verkeerde in overmacht wegens een conflict van plichten. Aan de ene kant stond de wettelijke plicht zich niet schuldig te maken aan hulp bij zelfdoding, aan de andere kant stond de morele plicht om niet passief toe te kijken terwijl zijn moeder probeerde een einde aan haar leven te maken met zelf gespaarde pillen. In hoger beroep is erkend, anders dan in eerste aanleg, dat Albert Heringa in de gegeven omstandigheden juist en zorgvuldig heeft gehandeld.

Deze uitspraak is om meerdere reden belanghebbend. Enerzijds is het een verrassende uitspraak: sinds het bestaan van de Wet Toetsing Levensbeƫindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiewet) is dit verweer (overmacht wegens conflict van plichten) niet meer gehonoreerd. Anderzijds is de uitspraak niet zo baanbrekend als de NVVE zou wensen: voltooid leven wordt nog steeds niet erkend als grond voor euthanasie. De uitspraak is in die zin dan ook in lijn met het beruchte Brongersma arrest.

Lees hier verder voor de gehele noot

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item: