Op 17 augustus publiceerde het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg een uitspraak over het handelen van een arts die euthanasie had verleend aan een vrouw met vergevorderde dementie. De betreffende arts, een specialist ouderen geneeskunde, stond hiervoor al op vrijdag 26 juni jl. voor het tuchtcollege. De schriftelijke wilsverklaring was zes jaar oud, maar desondanks bruikbaar als vervanging van het mondeling verzoek. Wel kreeg de arts een waarschuwing voor het onvoldoende onderbouwd afwijken van het advies van de SCEN-arts.

Mevrouw wilde euthanasie als ze naar verpleeghuis zou moeten 
De euthanasie werd verleend in 2017, de vrouw was toen 67 jaar en leed al 10 jaar aan dementie. De vrouw had ervaring met verschillende familieleden die met dementie in het verpleeghuis waren opgenomen. Voordat zij ziek werd, had ze altijd tegen haar kinderen gezegd dat wanneer zij zelf dement zou worden en naar het verpleeghuis zou moeten, ze liever wilde overlijden.

Toen zij in 2010 de diagnose Alzheimer kreeg had, heeft ze ook gelijk gesteld dit niet te willen.
Op 5 november 2011 had de vrouw een wilsverklaring ondertekend en overhandigd aan een medewerker van de huisartsenpraktijk. In die wilsverklaring stond onder andere: “Ik wil absoluut geen opname in het verpleeghuis. Ik wil dan dat er actieve euthanasie wordt uitgevoerd.” Enkele dagen later kwam de vrouw weer naar de huisartsenpraktijk en legde ze uit dat ze nu al euthanasie wilde. Ze was erg verdrietig en wilde beslist de rest van het traject niet meemaken.

Het euthanasietraject: situatie verergert snel, naasten pakken belangrijke rol op
De huisarts van de vrouw wil op dat moment eigenlijk nog geen euthanasie toepassen en overlegt met neuroloog over de situatie. Op de polikliniek wordt intussen onderzocht of haar wens authentiek en consistent is. De dochter van de vrouw zoekt intussen contact met een andere huisarts. En op dat moment haalt de werkelijkheid de procedures in. De vrouw gaat in de daaropvolgende maanden snel achteruit en raakt afatisch. Eind 2013 wordt patiënte opgenomen op de verpleegafdeling van een kleinschalig verzorgingshuis, omdat het thuis niet meer gaat. Ze is dan wilsonbekwaam ten aanzien van haar euthanasieverzoek.

Na opname wordt regelmatig overleg gevoerd tussen de huisarts, verbonden aan het verzorgingshuis, de echtgenoot van patiënte en haar kinderen, onder andere over de euthanasiewens van de vrouw. Begin 2017 heeft de zoon van patiënte de huisarts (opnieuw) dringend gevraagd om de mogelijkheden van euthanasie te onderzoeken. De huisarts staat er welwillend tegenover maar vindt het moeilijk om het ondraaglijk lijden vast te stellen. Het is een specialist ouderengeneeskunde van het Expertisecentrum Euthanasie (toen: Levenseindekliniek) die uiteindelijk in 2017 de euthanasie verleent. Zij heeft de vrouw dan vier keer bezocht en gesprekken gevoerd met de familieleden en de betrokken zorgverleners. Ook heeft ze beeldmateriaal van de verzorging van patiënte laten maken en bekeken. De arts ervaart emoties van boosheid, verdriet, verzet en afweer en komt tot de conclusie dat de vrouw ondraaglijk lijdt. 


Juridische toetsing
De regionale toetsingscommissie oordeelde na afloop dat niet was voldaan aan de zorgvuldigheidseisen. Dit onder andere omdat de wilsverklaring niet meer actueel zou zijn: deze was 6 jaar voor het overlijden opgesteld en daarna nooit meer herbevestigd door de vrouw. Ook vond de commissie dat de arts onvoldoende had onderbouwd waarom zij – in afwijking van het oordeel van de SCEN arts - het lijden van patiënte als ondraaglijk beoordeelde. Op basis van dit oordeel komen zowel het Openbaar Ministerie (OM) als de inspectie met de mededeling dat ze deze zaak nader gaan onderzoeken. Of het OM ook tot vervolging overgaat is nog steeds niet duidelijk. De inspectie heeft de zaak wel voor de tuchtrechter gebracht en gevraagd te oordelen over 1) de geldigheid van de wilsverklaring nu deze 6 jaar lang niet is geactualiseerd en 2) het afwijken van het oordeel van de SCEN-arts. 

Wanneer is een schriftelijke wilsverklaring ‘actueel’?
Hoewel de wet geen termijn heeft gesteld aan de geldigheid van het schriftelijke euthanasieverzoek, blijkt uit de wetsgeschiedenis wel dat het schriftelijk euthanasieverzoek ‘actueel’ moet zijn. Maar wanneer is dat het geval? In dít geval was de wilsverklaring voldoende actueel, met name omdat de vrouw zo snel achteruitging na het opstellen hiervan. De tuchtrechter neemt aan dat de vrouw niet meer in staat is geweest haar euthanasieverzoek te bevestigen en nogmaals met de arts te bespreken. Ook is van belang geweest dat patiënte meermaals en over een langere periode met haar familie heeft gesproken over de situatie van door dementie getroffen familieleden. Daarom heeft de arts volgens het tuchtcollege mogen constateren dat er sprake was van een ‘actueel’ euthanasieverzoek.  


Had de arts mogen afwijken van het oordeel van de SCEN-arts?
In deze zaak kwam de SCEN-arts niet tot de conclusie dat er sprake was van ondraaglijk lijden en heeft hij dit ook verteld aan de specialist ouderengeneeskunde. De arts besloot desondanks de euthanasie te verlenen. Mag een arts afwijken van het oordeel van de SCEN-arts? Ja, het oordeel van de SCEN-arts is een advies, en daarmee niet bindend. Wél moet de arts het goed onderbouwen als ze afwijkt van dit advies. De tuchtrechter vond dat de arts dat in deze zaak onvoldoende had gedaan. Hierbij vond het tuchtcollege ook van belang dat het onderwerp ‘euthanasie bij dementie’ binnen en buiten de beroepsgroep onderwerp van debat is en (daarmee) in Nederland uitzonderlijk is. Dit had ertoe moeten leiden dat de arts nog meer procedurele zorgvuldigheid in acht zou nemen dan al gebruikelijk is.


Wat kan worden geleerd van deze casus?

  • Spreek op tijd met je arts, soms al voor de diagnose: de dementie kan erg snel gaan en dan is er geen tijd meer voor.
  • Spreek met je naasten! Zij zijn van onschatbare waarde in het proces.
  • Het opstellen van een schriftelijke wilsverklaring heeft zin. Zonder dit document had de arts niet kunnen overgaan tot de euthanasie.
  • Benut de persoonlijke aanvulling en beschrijf hierin wanneer en waarom je euthanasie wilt bij dementie. Dit gaf ook de arts in deze situatie het nodige vertrouwen om de euthanasie te verlenen.

Tuchtrechter bevestigt belang wilsverklaring

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.