De NVVE deelt de conclusie van de onderzoekers dat de Wet toetsing levensbeëindiging (Wtl) in het algemeen goed functioneert, zolang er gesproken wordt over ‘in het algemeen’.

Standpunt NVVE evaluatie Euthanasiewet

Evaluatie

Uit de evaluatie en in de praktijk blijkt dat mensen met een meer complex euthanasieverzoek veelal geen gehoor vinden bij hun arts. Een euthanasieverzoek dat voortkomt uit ondraaglijk en uitzichtloos lijden bij een niet aangeboren hersenaandoening, als een CVA (cerebro-vasculair accident) of dementie, een psychiatrische aandoening of ernstige ouderdomsklachten wordt vrijwel niet gehonoreerd.

De NVVE pleit ervoor dat de ruimte die de Wtl biedt beter gebruikt moet worden door artsen, zodat het euthanasieverzoek, dat valt binnen de wettelijke zorgvuldigheidscriteria, minder vaak afgewezen wordt.

Ad 1 Artikel 2, lid 2 Wtl

De NVVE wil dat de wettelijke verankering van de wilsverklaring, vastgelegd in artikel 2, lid 2 van de Wtl, in de praktijk de waarde krijgt die de wetgever heeft bedoeld. Het schriftelijk euthanasieverzoek vervangt het mondelinge verzoek als iemand zijn wil niet meer kan uiten. De wilsverklaring is wettelijk verankerd in artikel 2, lid 2 van de Wtl. Het wetsartikel is helder en duidelijk. De NVVE concludeert echter, dat de praktijk weerbarstig is. Mensen met een schriftelijk euthanasieverzoek, die hun wil niet meer kunnen uiten, zien hun verzoek, ondanks dat dit is onderhouden en doorgesproken met de arts, niet ingewilligd. (met uitzondering van twee casus in 2009 en 2011).

KNMG 

De KNMG hanteert de professionele norm dat als communicatie niet mogelijk is, er geen gehoor gegeven kan worden aan een euthanasieverzoek. Deze norm beperkt artsen in het verlenen van euthanasie wanneer het verzoek wel op schrift staat en de persoon zich niet meer kan uiten, terwijl dit wettelijk wel mogelijk is. Dit voorjaar heeft Minister Schippers (VWS) besloten tot het instellen van een werkgroep met het doel te komen tot een handreiking waarmee er meer helderheid en duidelijkheid komt voor zowel artsen als patiënten bij de invulling van dit wetsartikel. De NVVE is verheugd met de instelling van deze werkgroep. De NVVE vindt echter dat ook patiënten een stem moeten krijgen in deze procedure.

Ad 2 Steun en scholing artsen

De NVVE dringt erop aan dat de beroepsgroep van artsen gedwongen wordt tot meer adequate scholing en ondersteuning rondom euthanasie. Sinds maart 2012 zijn in Nederland ambulante teams van de Levenseindekliniek werkzaam. Mensen met een afgewezen euthanasieverzoek, dat wel binnen de zorgvuldigheidscriteria van de Wtl valt, kunnen zich aanmelden bij de Levenseindekliniek. Het eerste jaar heeft geleerd dat de behoefte aan hulp door de Levenseindekliniek groot is en dat euthanasieverzoeken zorgvuldig beoordeeld worden. In meer dan de helft van de gevallen waarin euthanasie werd uitgevoerd nam de eigen arts, na ondersteuning en/of interventie van de ambulante teams, de verantwoordelijkheid terug en voerde zelf de euthanasie uit. Onder artsen blijkt veel behoefte aan steun en scholing rond dit onderwerp.

De NVVE dringt erop aan dat de beroepsgroep gedwongen wordt tot meer adequate scholing en ondersteuning rondom euthanasie. De NVVE zou graag zien dat de meerwaarde van de Levenseindekliniek als expertisecentrum in de evaluatie wordt opgenomen.

Ad 3 Toename palliatieve sedatie

De NVVE maakt zich zorgen over de sterke toename van het aantal gevallen van palliatieve sedatie. In 2005 is bij 11.480 (8,2%) van alle sterfgevallen palliatieve sedatie toegepast. In 2010 is dit aantal gestegen naar 17.500 (12,5%). Uit signalen die bij de NVVE binnenkomen, blijkt dat palliatieve sedatie regelmatig ingezet wordt bij een actueel euthanasieverzoek.

De NVVE vindt dat de toename van palliatieve sedatie kritisch moet worden gevolgd, met name wanneer palliatieve sedatie wordt ingezet ondanks een actueel euthanasieverzoek.

Deel dit item: