Albert Heringa mag niet worden vervolgd voor de hulp die hij gaf bij de zelfdoding van zijn moeder. Vervolging is in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Dat betoogden de advocaten Willem Anker en Tim Vis in het hoger beroep tegen de eerdere schuldigverklaring zonder straf door de rechtbank Gelderland.

´Vervolging Heringa moet stoppen´

De raadsheren van Heringa baseren zich op eerdere uitspraken op grond van artikel 8 van het EVRM, dat het privé- en familieleven beschermt. Volgens de raadslieden erkennen ze het recht op een zelfverkozen levenseinde. Ook naasten kunnen een beroep op dat verdragsartikel doen als ze de enige zijn op wie kan worden teruggevallen voor inwilliging van de wens tot levensbeëindiging. "Heringa kon zich niet distantiëren van dat verzoek. Het Verdrag beschermt hem”, aldus mr. Anker.

Heringa reikte in 2008 op verzoek van zijn moeder de medicijnen aan waarmee zij een einde aan haar leven maakte. Ze was 99 jaar oud en wilde geen 100 meer worden. Hoewel ze leed aan een veelvoud van soms ernstige ouderdomsklachten, was dat volgens Heringa niet waarom ze wilde sterven. "Ze was het leven moe. Het ging om een existentieel probleem”, vertelde hij het Hof.

Zijn moeder verzamelde medicijnen om haar leven te staken, nadat de huisarts had laten weten niet mee te zullen werken aan euthanasie. Toen Heringa die medicijnen vond ontdekte hij ook dat deze haar wel ziek zouden maken, maar niet zouden laten sterven. "Dat bracht mij in een crisissituatie. Er was geen alternatief, ik had geen keus dan haar te helpen.” Hij gaf haar de malariatabletten die hij zelf had gespaard voor als hij zelf niet meer verder zou willen.

Heringa vertelde het Hof dat zijn moeder opbloeide en ontspande toen hij zijn hulp aanbood. Versterven, een andere mogelijkheid, had ze afgewezen omdat ze niet geconfronteerd wilde worden met de druk door verzorgers in het tehuis waarin ze woonde. Haar huisarts ging ook niet op zoek naar een arts die wel euthanasie wilde geven, in de verwachting die toch niet te vinden.

Het Openbaar Ministerie hield gisteren vol dat Heringa toch op zoek had moeten gaan naar een andere arts. Dat hij zelf zijn moeder hielp was te voorbarig. Er waren alternatieven. "Duidelijk moet blijven dat dit alleen aan artsen is voorbehouden. Ik eis een straf van drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van een jaar”, aldus de advocaat-generaal.

Volgens mr. Willem Anker trad er voor Heringa een conflict van plichten op: enerzijds de noodzaak zijn moeder te helpen, anderzijds de wet die hem dat verbood. Daarmee kwam hij in een noodsituatie, waardoor het feit niet strafbaar is. Ook ontstond er psychische overmacht, die de verdachte vrijwaart, aldus Anker. Dat Heringa nog een andere arts zou hebben kunnen vinden voor euthanasie noemde hij een illusie.

Anker riep het Gerechtshof op een signaal te geven naar politiek Den Haag voor hulp bij zelfdoding door een ander dan de eigen arts. Criteria daarvoor zouden zijn dat het gaat om een vrijwillig en weloverwogen verzoek, vastgelegd in een schriftelijke verklaring. De hulpverlener zou aantoonbaar onbaatzuchtig moeten zijn. Ook zou de hulp gedocumenteerd moeten worden, bijvoorbeeld op film.

Ook Heringa zelf hield opnieuw een pleidooi het wetsartikel dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt, te schrappen. "Het maakt misdadigers van betrokken en empatische burgers. Daar is de wet niet voor. Als ik iets heb misdaan verdien ik straf. Maar ik heb niets misdaan. Het enige wat ik deed was mijn lijdende moeder helpen.”

De uitspraak in het hoger beroep is woensdag 13 mei.

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item: