De laatste column die we publiceren in de Week van de Euthanasie is van psychiater Menno Oosterhoff. In Uit het lijden verlossen buigt hij zich als gastcolumnist over het waarom van het dilemma van euthanasie bij psychisch lijden. Wat als er sprake van wanhoop is?


Uit het lijden verlossen

Euthanasie is iemand die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt op zijn verzoek helpen op een goede manier zijn leven te beëindigen. In situaties waarin de dood onafwendbaar is, is dat inmiddels wel maatschappelijk geaccepteerd. Het enige wat dan gebeurt is het stervensproces verkorten. Ook euthanasie bij mensen die niet stervende zijn maar wel langdurig ziek zonder kans op verbetering, is het over het algemeen wel geaccepteerd. Dan wordt het lijdensproces verkort. Maar met euthanasie bij mensen met een psychische aandoening hebben we meer moeite.

Bij een psychische aandoening wordt gedacht dat de aandoening zelf psychisch is en minder reëel dan lichamelijk. Maar niet de áándoening is psychisch, maar de ziekteverschijnselen. Díe liggen op het terrein van het psychische functioneren, dus de beleving. Door de onjuiste opvatting over de aard van een psychische aandoening wordt te makkelijk gedacht dat het altijd wel nog te veranderen is. Verder kan niet meer willen leven een tijdelijk symptoom van de aandoening zijn, die weer verdwijnt als iemand is opgeknapt.

Dat zijn de voornaamste redenen dat we moeite hebben mee te gaan in een euthanasiewens bij een psychische aandoening. Stel, dat iemand nog zou kunnen opknappen. Wat doe je dan als je meegaat in zijn huidige wanhoop? Bij mensen die stervende zijn of een chronische lichamelijke aandoening hebben, weten we behoorlijk zeker dat het niet beter zal worden. Maar bij psychische aandoeningen weten we daar minder vanaf. Mag je wel mee gaan in wanhoop die misschien nog kan verdwijnen? Iemand heeft immers nog vele jaren te leven.

Deze vraag is absoluut terecht, maar te eenzijdig. Er is ook een andere kant: de kans dat iemand niet opknapt. De kans dat de vele jaren die iemand nog te leven heeft, vele jaren van lijden zullen zijn. Absolute zekerheid krijg je nooit. Je moet een afweging maken, maar daarbij wel beide kanten meenemen. De kans dat het toch ooit nog beter zal gaan tegen de kans dat het nooit beter zal gaan en ondraaglijk lijden blijft. Het laatste woord over die afweging ligt bij iemand zelf. De arts moet beoordelen of iemand weet wat hij wil (wilsbekwaam is) en of er nog reële behandelmogelijkheden zijn. Met reëel wordt niet bedoeld elke mogelijkheid die je maar kunt bedenken, hoe klein de kans op succes ook is. De arts moet gaan voor optimale zekerheid, niet voor maximale zekerheid. Want die is er nooit. En dan moet iemand zelf beslissen.

Daarom is het ook zo belangrijk dat er niet over hen, maar met hen wordt gepraat. Theoretische bedenkingen over euthanasie bij psychische aandoeningen verbleken vaak als je oog in oog staat met de reële intense nood waarvoor redelijkerwijs geen oplossing meer is te verwachten. In elk geval is belangrijk steeds beide kanten te zien. Wat doe je als je meegaat in iemands wens? Maar ook: wat doe je als je dat niet doet? Iemand, die lichamelijk gezien nog vele jaren te leven heeft uit zijn lijden verlossen. Is dat aan ons? Maar iemand aan zijn lijden overlaten. Is dat humaan?

Ik besef dat je altijd moet kiezen uit twee kwaden. Maar het directe contact met mensen, heeft gemaakt dat ik blij ben met de mogelijkheid van euthanasie bij psychische aandoeningen. Natuurlijk altijd mits aan de zorgvuldigheidscriteria is voldaan.


Week van de Euthanasie: column Menno Oosterhoff

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.