Liefdevol noemt ze haar man Theo (71): ‘prettig gestoord’. Een ‘ongelofelijke clown’ die tot op het laatst grapjes bleef maken en anderen aanspoorde om van zijn ziekte en euthanasie geen drama te maken. Terugblikkend zegt Rietje Uitzetter-Heetkamp (73) uit Nijverdal: ‘Het is allemaal precies gelopen zoals hij was.’

‘In 2004 had Theo last gehad van hartritmestoornissen. Toen hij het eind mei 2015 op een dag erg benauwd had, was dat dus het eerste waarnaar ze onderzoek deden. Maar zijn hart was in orde. Op de longafdeling bleek dat hij een klaplong had. “Daar ga je niet dood aan,” grapte hij, en had al snel weer praatjes voor tien.
De volgende dag, een zaterdag, moesten we naar het ziekenhuis te komen voor een gesprek met de longarts. Dat voelde helemaal niet goed en dat bleek het ook niet te zijn: longkanker, met uitzaaiingen, Theo zou niet meer beter worden. “Maar ik kan nog wel…”, begon de dokter. “Niets”, onderbrak mijn man hem gelijk. “Geen chemo, geen bestraling, ik wil de tijd die mij nog rest zo goed mogelijk doorbrengen.”
Wij hadden wel wat sterfgevallen in onze omgeving gehad en Theo had altijd gezegd: “Als mij zoiets overkomt, wil ik geen behandeling, geen troep in mijn lijf.” Voor mij kwam de mededeling van de arts als een donderslag bij heldere hemel, maar voor Theo stond direct vast dat hij, zolang als het kon, zo gewoon mogelijk wilde doorleven.
De huisarts kwam een week later en vroeg wat Theo wilde. Hij kende hem nog niet zo goed, want we gingen eigenlijk nooit naar de huisarts. Toen hij merkte dat Theo het niet durfde te vragen, zei hij zelf: “Ik doe euthanasie.” Waarop Theo gelijk zei: “Als het zover is, wil ik graag een spuit.”

Superman

Zijn besluit hield ook in dat we familie en vrienden wel hebben ingelicht maar ze in eerste instantie hebben gevraagd om niet langs te komen of te bellen. Ik stuurde elke twee weken een mail om iedereen op de hoogte te houden. Van Theo kreeg ik dan telkens een quote waarmee ik de mail moest afsluiten. “Och, ik kan er wel honderd mee worden als ik er niet aan doodga.” Of: “Jullie zijn nog lang niet van me af.” Altijd die humor…
Na enige tijd ontvingen we om de zondag mensen bij ons thuis. Sommigen kwamen met lood in de schoenen, maar dan viel het ze toch mee. “Die man van jou spoort niet”, zeiden ze dan als grapje. En dat dééd hij ook niet.
In die maanden erna is hij een paar keer opgenomen geweest. Tijdens een van die opnames lag hij op de kamer met een jonge, depressieve vrouw met terminale kanker. Ze had het syndroom van Down. Theo maakte haar voortdurend aan het lachen. Hij noemde haar zijn vriendinnetje en hij was haar “Superman”. Een week nadat Theo uit het ziekenhuis werd ontslagen, is zij overleden. Haar ouders hebben ons later verteld hoeveel goed Theo haar in die laatste dagen heeft gedaan.

Geen stoorzender

Eind november, begin december van dat jaar ging Theo hard achteruit. Hij kreeg trombose in een been, waardoor hij opnieuw in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Ik vroeg hem: “Theo, is dit wat je wil?” “Nee, ik ga erover nadenken”, antwoordde hij. Een week later – hij was thuis – moest hij naar adem happen toen hij op een ochtend uit bed kwam. Op deze manier haalt hij de kerst niet, dacht ik. Samen met onze dochter heb ik hem gevraagd: “Wat zit je in de weg?” De kerst, hij wilde geen stoorzender zijn. We hebben hem op het hart gedrukt dat hij nu alleen nog maar aan zichzelf moest denken, het ging niet om ons.
Na zijn zuurstofslaapje die middag trof ik hem rechtop in zijn stoel aan. Hij vond het moeilijk om een besluit te nemen en vroeg of ik de datum wilde bepalen. “Nee”, heb ik gezegd, “het is jouw besluit.” “Goed, dan wil ik het graag zo snel mogelijk.” We hebben elkaar omhelsd en ik heb gezegd dat ik het een moedig besluit vond.
Na de huisarts kwam de SCEN-arts en die had een pittig en indringend gesprek met hem. Theo had het gevoel dat hij een examen moest afleggen. Op een gegeven moment schoot hij vol. Waarom, vroeg de SCEN-arts. “Omdat ik de hele tijd naar dat gelul van jou moet luisteren”, antwoordde Theo. Waarop de arts zijn bloknoot dichtklapte en zei: “Je hebt helemaal gelijk.” Theo kon dingen zeggen tegen mensen zonder dat ze er kwaad om werden, dat heeft hij altijd gehad.

Rietje_Uitzetter-2.jpg

Niet verknoeien

Op twee middagen die week mocht iedereen langskomen om definitief afscheid te nemen. Theo kletste aan één stuk door. “Tot volgende week, op de begrafenis”, grapte hij tegen iedereen. Hij heeft er ontzettend van genoten. Hij wilde dat we zijn leven zouden vieren. Op de rouwkaart moest ik weer een quote van hem noteren: “Het eerste rondje is van mij.”
In mijn laatste mail moest ik zeggen dat hij het morgen hogerop ging zoeken en dat hij graag wilde dat iedereen om twee uur een kaarsje zou aansteken zodat ze hem konden bijlichten. Voor het geval hij de weg zou kwijtraken.
Die bewuste zaterdag was hij – altijd een langslaper – om acht uur al wakker. “Ik ga mijn laatste dag toch niet verknoeien met uitslapen”, zei hij. Hij was wel een beetje bang. Of ik dat ook was? Nee, heb ik gejokt. “Ik houd je vast en ik blijf bij je tot je erdoor bent.” We maakten nog een laatste fles wijn open en hij dronk zijn glas in één teug leeg. “Kom, nu gaan we naar de slaapkamer”, en hij pakte me bij de arm. Het leek wel of we weer naar het altaar liepen samen.
Mijn dochter, haar man en onze kleindochter zaten op de rand van het bed en ik nam Theo in mijn armen. Hij keek ons aan, zei “Ik ben een gelukkig mens”, ik gaf hem een kus en toen was hij weg. Die nacht werd ik ziek, mijn lichaam reageerde heel heftig. Om vier uur sliep ik nog niet. Even ben ik vreselijk kwaad op hem geweest. Al die tijd ben ik er voor jou geweest, nu moet jij maar es voor mij zorgen, dacht ik. Toen ben ik in slaap gevallen en vanaf dat moment was het goed. Ik mis hem verschrikkelijk, maar ik ben zo blij dat hij op deze manier heeft mogen gaan.’


Rietje Uitzetter-Heetkamp

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.