De rechten van een patiënt

Een patiënt is niet alleen een zieke, maar iedereen die zich onder behandeling heeft gesteld van een arts, medische hulpverlener of instelling. In het kader van euthanasie of hulp bij zelfdoding is het belangrijk uw rechten te kennen.

Patiëntenrechten

Patiëntenrechten zijn gebaseerd op grondrechten. Het zelfbeschikkingsrecht is hiervan afgeleid.

Deze rechten zijn vastgelegd:

  1. In de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden: Artikel 10, lid 1 regelt de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.”
    Artikel 11 regelt de onaantastbaarheid van het eigen lichaam. “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.”
  2. In het Burgerlijk Wetboek: de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBo). In deze wet zijn de rechten van de patiënt en de plichten van de medische hulpverlener opgenomen.

Tot uw rechten als patiënt behoren:

  1. het recht op informatie, in begrijpelijke taal;
  2. het recht niet zonder toestemming te worden behandeld (informed consent);
  3. het recht op inzage en afschrift van het eigen medische dossier;
  4. het recht op het (schriftelijk) aanwijzen van een vertegenwoordiger;
  5. het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Recht op informatie

De arts moet u informeren over:
  • hoe het ervoor staat met uw gezondheid en wat de vooruitzichten zijn;
  • aard en doel van een onderzoek, behandeling of verrichting;
  • alternatieven; zijn er andere methoden van onderzoek of behandeling.

Indien u te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen ontvangen, blijft het verstrekken daarvan achterwege, tenzij het belang dat u daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor u of anderen kan voortvloeien (WGBo, Artikel 449).

 Als de behandelaar denkt dat bepaalde informatie schadelijk voor u is, mag hij die informatie tijdelijk achterhouden. Dat mag hij alleen in uitzonderlijke gevallen doen en pas na overleg met een collega. Als het nodig is zal de hulpverlener iemand uit uw naaste omgeving inlichten (WGBo, Artikel 448.3).

Recht van informed consent

De term informed consent komt uit het Engels. To consent betekent toestemmen, to inform betekent op de hoogte brengen. In de praktijk betekent dit dat de arts u uitvoerig op de hoogte moet stellen van uw gezondheidstoestand en een behandeling moet voorstellen. Het betekent ook dat u voor die behandeling toestemming moet geven. 
U mag altijd een behandeling weigeren of laten stoppen.

Recht op inzage in eigen dossier

Van elke patiënt worden gegevens bijgehouden in een dossier. U heeft recht uw eigen dossier in te zien. U mag het niet mee naar huis nemen, maar u mag er wel kopieën van (laten) maken. Soms moet hiervoor betaald worden. 
Uw gegevens mogen zonder uw toestemming niet aan derden gegeven worden. 
Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als uw gegevens onmisbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Omdat uw persoonlijke levenssfeer niet geschaad mag worden, moeten uw gegevens dan anoniem gemaakt worden.

Recht om een vertegenwoordiger aan te wijzen

Er kan een moment komen dat u uw wil niet meer kunt bepalen of kenbaar kunt maken. Deze toestand kan tijdelijk of blijvend zijn.
Als een arts niet meer met u zelf kan overleggen, zal hij dat doen met uw vertegenwoordiger. Bij wet is geregeld dat uw echtgenoot of partner voor u kan optreden als vertegenwoordiger. Als deze ontbreekt moet de arts overleggen met uw familie: ouder(s), kind(eren), broer(s) of zus(sen). Het is in principe niet nodig om deze personen schriftelijk te machtigen.

Als iemand zijn eigen leven niet (meer) goed kan inrichten, wordt er door de rechter iemand als vertegenwoordiger benoemd.

Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Dit recht houdt in dat er in principe behalve de medische zorgverleners en eventueel uw vertegenwoordiger, niemand aanwezig mag zijn bij bijvoorbeeld een behandeling of onderzoek.

Recht om een behandeling te weigeren

Voor ieder onderzoek en voor iedere behandeling is uw toestemming nodig. U beslist uiteindelijk of er wel of niet behandeld wordt, niet de zorgverlener. U heeft het recht een behandeling of onderzoek te weigeren en ook een gegeven toestemming weer in te trekken.

Bij ingrijpende onderzoeken of behandelingen wordt uitdrukkelijk om uw toestemming gevraagd. In de overige gevallen wordt ervan uitgegaan dat u stilzwijgend toestemming geeft. Wanneer u daar om vraagt, wordt in het medisch dossier genoteerd voor welke behandelingen of onderzoeken uw toestemming is verleend.
Ook na een weigering moet de arts bespreken hoe hij u zo goed mogelijk kan helpen.

U kunt zich al van te voren voorbereiden op een situatie waarin u uw toestemming zelf niet meer kunt geven. In een schriftelijke verklaring kunt u vastleggen welke medische handelingen u onder omschreven omstandigheden weigert (meer informatie hierover is te vinden onder het kopje: Behandelverbod).

Kinderen en jongeren

Kinderen jonger dan 12 jaar mogen nog niet beslissen over wel of geen medische behandeling. De ouders nemen deze beslissing en geven toestemming aan de arts. Zij mogen dan ook het medisch dossier lezen. Wel moet aan het kind uitleg worden gegeven over de behandeling in een taal die het begrijpt.

Jongeren tussen 12 en 16 jaar hebben een eigen inbreng bij de medische behandeling. Behalve dat de ouders toestemming moeten geven voor een behandeling, moet de jongere dat ook zelf doen. Zowel kind als ouders moeten dan beide informatie krijgen van de zorgverlener.
Als de jongere na het krijgen van de informatie over een behandeling of onderzoek een andere mening heeft dan de ouders, dan houdt de arts daar zeker rekening mee.
Wanneer de jongere niet wil dat de ouders het medisch dossier lezen of van de zorgverlener informatie krijgen, dan kan dit aan de arts worden aangegeven. Wanneer de arts denkt dat er een goede reden voor is om dit niet te willen, kan hij besluiten de ouders (deels) buiten de behandeling te houden.

Vanaf 16 jaar wordt de jongere door de WGBo beschouwd als gerechtigd om zelf beslissingen te kunnen nemen over een medische behandeling. Er is dan geen toestemming meer nodig van de ouders en de ouders worden alleen geïnformeerd over een behandeling als de jongere dat wilt. De ouders mogen ook niet zonder toestemming van het kind het medisch dossier lezen.

Besluit van een arts een behandeling niet te beginnen of een lopende behandeling stop te zetten

De arts hoeft niet te behandelen:
  • als hij meent dat de betreffende behandeling medisch zinloos is geworden
  • als hij de behandeling niet met zijn geweten kan verenigen, bijvoorbeeld wegens zijn medische ethiek of geloofsovertuiging.

Recht (kunstmatige) toediening van voedsel en vocht te weigeren

Als u te kennen geeft geen voedsel of vocht (meer) te willen dan mag de arts of verpleegkundige u daartoe niet dwingen.

Recht van huisarts te veranderen

U heeft als patiënt het recht zelf uw huisarts te kiezen of van huisarts te veranderen als daarvoor voldoende aanleiding is.

Binnen een groepspraktijk bestaat de mogelijkheid van arts te veranderen zonder van praktijk te veranderen. Kan dit niet, dan moet u op zoek naar een andere arts in een andere praktijk. Als de verhoudingen niet al te verstoord zijn, kunt u uw arts om advies vragen. Anders kan uw zorgverzekeraar u vertellen welke huisartsen in uw regio gevestigd zijn.

Voordat u een definitieve keuze maakt, kunt u een kennismakingsgesprek met een huisarts aanvragen. U krijgt dan een indruk van de persoon en de praktijk.

Uw wens om van huisarts te veranderen kan op praktische problemen stuiten. De huisarts van uw keuze mag namelijk weigeren u als nieuwe patiënt aan te nemen als u te ver weg woont, zijn praktijk vol is of als hij u kortgeleden nog hulp heeft verleend als waarnemer van uw oude huisarts.

Recht van instelling te veranderen

In principe heeft u het recht om uw eigen instelling, bijvoorbeeld ziekenhuis, te kiezen. Wanneer u in het ziekenhuis opgenomen moet worden, bent u volledig vrij in de keuze van het ziekenhuis. Meestal zal uw huisarts u naar een bepaald ziekenhuis verwijzen waarmee hij overwegend werkt, maar u bent vrij om een ander ziekenhuis te kiezen, bijvoorbeeld omdat het gemakkelijker te bereiken is of omdat u meer vertrouwen hebt in dat ziekenhuis.
In de praktijk is deze keuzevrijheid beperkt. Vaak voeren slechts één of enkele specialisten specifieke onderzoeken of behandelingen uit.
In spoedeisende situaties is er doorgaans nauwelijks of geen keuzevrijheid.

Recht binnen een instelling van arts te veranderen

In principe heeft u het recht binnen een instelling uw behandelend arts te kiezen of van arts te veranderen. De instelling is verplicht u hierbij behulpzaam te zijn. Maar meer dan bij de keuze van een huisarts zijn hier vaak praktische bezwaren die uw keus beperken. De meest voorkomende is het beperkt aantal artsen per instelling.

Stappen om van huisarts te veranderen

In Nederland bestaat het recht van vrije artsenkeuze. U kunt daarom van huisarts veranderen. U gaat als volgt te werk:
  • u maakt een keuze voor een nieuwe huisarts;
  • u vraagt of deze u als nieuwe patiënt accepteert;
  • u meldt aan uw zorgverzekeraar dat u van huisarts verandert;
  • u deelt uw oude huisarts mee dat u zult veranderen. U kunt dat mondeling, telefonisch of schriftelijk laten weten;
  • vraag uw oude huisarts om uw dossier naar uw nieuwe huisarts op te sturen.

Een arts kan de relatie met zijn patiënt niet zomaar opzeggen

De hulpverlener kan, behalve om gewichtige redenen, de behandelingsovereenkomst in principe niet opzeggen (artikel 460 WGBo).

Als u zich onheus of agressief jegens uw arts of anderen gedraagt, kan dat voor uw arts kan een reden zijn om de behandelingsovereenkomst te beëindigen.  Deze situatie zal zich met name voordoen als sprake is van een ernstig conflict tussen u en uw arts, zonder enig uitzicht op herstel. Een eenmalige onheuse uitlating van uw kant is onvoldoende reden voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst door uw arts.

Als u opzettelijk geen medewerking wilt verlenen of informatie wilt geven (of achterhoudt), terwijl u dat wel kunt, kan ook dat voor uw arts een reden voor beëindiging zijn. Informatie en medewerking is nodig voor uw arts om als goed hulpverlener te kunnen handelen. Het niet verstrekken van die informatie moet dan wel ernstige consequenties hebben. Een ander voorbeeld: als u bewust en bij herhaling voorgeschreven medicatie niet gebruikt, terwijl dat met u was afgesproken en de noodzaak duidelijk was, kan dat uiteindelijk voor uw arts een reden zijn de behandelingsovereenkomst te beëindigen.

Oordeel van een andere arts (second opinion)

U mag altijd het oordeel van een andere arts (second opinion) vragen.

Plichten heb ik als patiënt

  • U moet een hulpverlener duidelijk en volledig informeren, zodat de hulpverlener een goede diagnose kan stellen en een deskundige behandeling kan geven.
  • U moet de adviezen van de hulpverlener opvolgen binnen redelijke grenzen.
  • U moet de hulpverlener of de organisatie waarvoor deze werkt, betalen. Dit doet u deels via uw ziektekostenverzekering.

Klacht indienen tegen arts of instelling

Er zijn verschillende wetten en regelingen die het mogelijk maken te klagen over de arts of de instelling. In het algemeen is het raadzaam de klacht eerst te bespreken met degene op wie de klacht betrekking heeft. Dan kan blijken of er onduidelijkheid of misverstand in het spel is.
Komt u er samen niet uit dan kunt u (meestal schriftelijk) een klacht indienen bij een klachtencommissie. De Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector verplicht iedere hulpverlener en instelling een klachtencommissie te hebben.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met een Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg (IKG). Het IKG geeft gratis informatie, advies en zo nodig bijstand.
Volgens het Tuchtrechtbesluit BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorgkunt u ook klagen bij een regionaal tuchtcollege.

Gedwongen opgename

Als u een gevaar vormt voor uzelf of uw omgeving, kunt u gedwongen worden opgenomen. De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) regelt een gedwongen opname en beschermt mensen die hiermee te maken krijgen.
Het gaat dan om uw rechten als u gedwongen bent opgenomen in een BOPZ-aangemerkt psychiatrisch ziekenhuis, verpleeghuis of instelling voor verstandelijk gehandicapten. 
De Wet BOPZ geldt voor:
  • patiënten met een psychische stoornis;
  • cliënten met een verstandelijke beperking;
  • psychogeriatrische cliënten.
Uitgebreide informatie over de Wet BOPZ leest u op de website dwangindezorg.nl.
 

WGBo

Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst

In het Burgelijke Wetboek, boek 7, staat in afdeling 5 de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBo). Deze wet regelt in een aantal artikelen de rechten en plichten van patiënten en behandelaars. De wet heeft de bijnaam 'De Patiëntenwet'. De wet regelt bijvoorbeeld het recht op informatie over een behandeling of onderzoek, de geheimhoudingsplicht door de hulpverleners en het behandeldossier.
 
Artikel 450 gaat over de toestemmingsvereiste van patiënten voor iedere behandeling of elk onderzoek. Als een patiënt die toestemming niet geeft, mag de behandling of het onderzoek niet doorgaan.
  1. Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de toestemming van de patiënt vereist.
  2. Indien het geval waarin een patiënt van 16 jaar en ouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden door de hulpverlener en een persoon bedoeld in de leden 2 en 3 van artikel 465, de kennelijke opvattingen van de patiënt, geuit in schriftelijke vorm toen deze tot bedoelde redelijke waardering nog in staat was en inhoudende een weigering van toestemming als bedoeld in lid 1, opgevolgd.

De hulpverlener kan hiervan afwijken indien hij daartoe gegronde redenen aanwezig acht.

Uit deze tekst blijkt dat een wilsbeschikking waarin aangegeven wordt wanneer een patiënt niet (meer) behandeld wil worden, opgesteld toen diegene nog wilsbekwaam was, blijft gelden indien hij wilsonbekwaam wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand in coma raakt of dement wordt. De NVVE heeft een standaard Behandelverbod, waarmee de drager kan aangeven welke behandelingen hij weigert. De standaard tekst biedt ook veel ruimte voor individuele wensen van de drager.


In artikel 446 van de WGBo wordt onder 'behandelingen' verstaan:

  • Alle verrichtingen - het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen- die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en de bedoeling hebben hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand, te beoordelen, dan wel verloskundige bijstand te verlenen.
  • Tot de behandelingen worden mede gerekend het in het kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt ....

In artikel 465 van de WGBo is geregeld wie er namens de patiënt mag optreden indien de patiënt hiertoe zelf niet meer in staat is. De NVVE noemt deze mensen 'gevolmachtigden'. Met een apart formulier de (volmachtverklaring) kan een ieder zo mensen benoemen waarvan hij denkt dat die zijn belangen goed zullen behartigen en beslissingen zullen nemen in de lijn van zijn eigen gedachten.

Indien een meerderjarige patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, niet onder curatele staat of ten behoeve van hem niet het mentorschap is ingesteld, worden de verplichtingen die voor de hulpverleners uit deze afdeling jegens de patiënt voorvloeien, door de hulpverlener nagekomen jegens de persoon die daartoe schriftelijk door de patiënt is gemachtigd in zijn plaats op te treden. Ontbreekt zodanig persoon, of treedt deze niet op, dan worden de verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot of andere levensgezel van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, een kind, broer of zus van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst.

Al eerste vertegenwoordiger van de patiënt geldt de curator of de mentor, dan de schriftelijk gevolmachtigde, dan de partner, dan een ouder, kind, broer of zus. Omdat een curator en mentor in veel gevallen niet aanwezig zijn, is de schriftelijk gevolmachtigde een belangrijk persoon en komt deze voor eventuele familie.

Over de NVVE

De NVVE is er voor iedereen die waardig wil sterven. Wij willen een optimale uitvoering van de euthanasiewet, vooral voor groepen die in de praktijk geen hulp krijgen, zoals mensen met dementie, chronisch psychiatrische patiënten en ouderen die vinden dat hun leven voltooid is.

Het Adviescentrum van de NVVE staat altijd voor zijn leden klaar. Wij zijn op werkdagen tijdens kantooruren bereikbaar voor al uw vragen over het (naderend) levenseinde.

Lees verder